Gezamenlijke uitdaging

Hart voor Wonen 2013.14-page-001

Gastcolumn in Hart voor Wonen

Gedoogconstructies, verschillende keurmerken, onduidelijke regels, gebrek aan voldoende goede huisvesting: het huisvesten van arbeidsmigranten is niet eenvoudig. Dat gaat veranderen. Althans: dat is de insteek van onder andere de uitzendbranche, gemeenten, vakbonden en woningcorporaties, die de koppen bijeen staken. Zo wordt binnenkort een nieuw, onafhankelijk huisvestingskeurmerk ingevoerd voor alle huisvesters van arbeids- migranten. Een goede zaak, het nieuwe keurmerk schept duidelijkheid.

Het speelveld wordt gelijk. Iedereen moet aan dezelfde regels voldoen.Stel: je bent een keurige uitzendorganisatie en je wilt je arbeidsmigranten fatsoenlijk huisvesten.

En tóch kom je soms ongewild in een mistig gebied terecht. Het is onduidelijk welke regels verschillende gemeenten hanteren. Maar dat geldt echter ook voor werkgevers en huisvesters: ze hanteren zeker niet altijd dezelfde normen. Het probleem is vooral dat de situatie niet transparant is. Voor veel uitzend- organisaties is dit de realiteit. Neem Tempo-Team, dat via EU-Flex zo’n 2.500 flexmigranten aan het werk heeft, voornamelijk Polen die hier korter dan een jaar werken. De huisvesting heeft EU-Flex weliswaar uitbesteed, maar dat betekent niet dat het geen issue is. Door het gebrek aan helderheid werden arbeids- migranten in dienst van bonafide werkgevers soms gehuisvest op plekken waar het niet altijd kan en mag. Alles is goed en netjes geregeld qua woningen, maar de gemeente geeft geen vergunning. Een gemeente gedoogt dan weliswaar, maar wij willen geen gedooglocaties. Wij willen officiële, vergunde locaties. Daarnaast is er een gebrek aan passende woningen. Of het nu gaat om klein- of grootschalige huisvesting. Deze groep heeft alle recht op goede huisvesting, daar hebben we met zijn allen gewoon de verantwoordelijkheid voor.

 het Moet beter
Dat de situatie nu niet ideaal is, was ook één van de conclusies die de Tweede Kamercommissie ‘Lessen uit recente arbeidsmigratie’ (LURA) trok. De conclusies van deze commissie waren het sein om tot actie over te gaan. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten, vakbonden, Het Pools Overlegplatform in Nederland, gemeenten als Rotterdam en Den Haag, de uitzend- branche, de overkoepelende stichting van woning- corporaties, het Ministerie van Binnenlandse Zaken: ze maakten afspraken en zetten hun handtekening onder een Nationale Intentieverklaring. Het overleg wordt nu in acht regio’s voortgezet, om zo concrete afspraken te maken over extra plekken en locaties. Alleen al het feit dat de verschillende partijen samen om tafel zitten, is een grote stap voorwaarts. We beseffen dat we het samen moeten doen, dat is dé manier om zaken van de grond te krijgen. Op deze wijze zijn we als EU-Flex nu heel constructief in gesprek met gemeenten maar ook met woning- corporaties. Wij ervaren dat als zeer prettig omdat we hier de zo gewenste transparantie, gedegenheid en betrouwbaarheid vinden.

Nog veel te doen
De Nationale Intentieverklaring, het nieuwe huis- vestingskeurmerk, de regionale overleggen: ze zullen niet onmiddellijk een einde maken aan wantoe- standen. Maar er worden nu belangrijke stappen gezet, daar zijn alle partijen het over eens. De problematiek is complex en dit onderwerp zal veel aandacht nodig blijven hebben, ook vanuit Den Haag. En ook financiën spelen een grote rol. Maar er zijn goede ontwikkelingen en we mogen ons niet laten remmen. Er gebeurt iets!